AFM:Uitvaartverzekeraars moeten veel beter

afmlogo

Het verdienmodel, de huidige marktsituatie en onvoldoende tegendruk vanuit de consument vormen een inherent risico op product pushing in de distributiekanalen van uitvaartverzekeraars om de benodigde omzet te realiseren. Er gaan onwenselijke prikkels uit van de provisie en de kwaliteit van tussenpersonen, waarmee wordt samengewerkt, wordt onvoldoende gemonitord. Het zijn slechts enkele conclusies uit het onderzoek dat de AFM heeft uitgevoerd naar de distributie van uitvaartverzekeringen.De AFM heeft in de periode tussen 1 mei en 1 november 2011 onderzoek gedaan naar de distributie van uitvaartverzekeringen. Volgens de toezichthouder zijn er zeker ook stappen voorwaarts gemaakt, maar dit maakt onverlet dat uitvaartverzekeraars meer moeten doen om het belang van de klant centraal te stellen bij de verkoop van hun verzekeringen.

De AFM is tevens van oordeel dat uitvaartverzekeraars onvoldoende de risico's van de verkoop van uitvaartverzekeringen beheersen. De uitvaartverzekeraars worden tot slot opgeroepen met elkaar in gesprek te gaan over een herijking van het verdienmodel.

Voorlopige conclusies van dit onderzoek kwamen in september al naar buiten. Dit hield verband met de nog lopende discussie over een mogelijk provisieverbod voor uitvaartverzekeringen. De AFM is van mening dat een provisieverbod kan bijdragen aan het meer centraal stellen van het klantbelang bij verkoop van uitvaartverzekeringen.

 

Aanstellingsbeleid
De AFM is van oordeel dat vier verzekeraars in hun aanstellingsbeleid onvoldoende aandacht besteden aan de kwaliteit van de dienstverlening van tussenpersonen en dat deze verzekeraars onvoldoende selectief zijn bij de acceptatie van tussenpersonen. Hierdoor is het risico groot dat wordt samengewerkt met tussenpersonen die niet het klantbelang centraal stellen.

De AFM merkt op dat alle verzekeraars op onderdelen aandacht besteden aan de kwaliteit van het advies. Tegelijkertijd vindt de toezichthouder het monitoringsbeleid van verzekeraars op de kwaliteit van het advies en dienstverlening, ondanks de vooruitgang die op dit terrein wordt geboekt, nog steeds onvoldoende. Zo blijkt de controle op aanwezigheid van een geldige AFM-vergunning bij een aantal verzekeraars te haperen. In absolute aantallen werkt één verzekeraar met geen enkele ‘illegale' tussenpersoon samen, twee verzekeraars met 4 en twee verzekeraars met 60 tot 70 ‘illegale' tussenpersonen. In deze laatste twee gevallen gaat het om 17 en 19 tussenpersonen die al meer dan een jaar niet over een geldige vergunning beschikken. De frequentie waarmee verzekeraars hun tussenpersonen controleren, verschilt van eenmaal per week tot eenmaal per jaar.

Doelgroepbepaling
Verschillende verzekeraars hebben hun doelgroep nauwelijks gedefinieerd of ingeperkt. Drie van de vijf onderzochte verzekeraars hebben een doelgroep die bestaat uit alle mensen woonachtig in Nederland. Er worden slechts twee doelgroepbeperkende middelen gehanteerd: een maximale leeftijd en geen acceptatie bij een bepaalde ziekte, gebrek of aandoening.

Twee onderzochte verzekeraars specificeren hun doelgroep wel. Een van deze twee partijen verkoopt zijn producten over het algemeen aan klanten in de welstandsklasse C/D. Hieronder vallen minder welgestelden en de minst welgestelden (ongeschoolde werknemers). De andere verzekeraar definieert per type verzekering een doelgroep op basis van de motivatie van de klant om een uitvaartverzekering af te sluiten.

Laag basissalaris



De AFM heeft de indruk dat het beloningsbeleid van enkele verzekeraars niet in lijn is met de principes voor beheerst beloningsbeleid. Hier zal nader onderzoek naar worden gedaan. In een eerste analyse heeft de AFM bijvoorbeeld geconstateerd dat verkoopmedewerkers die een relatief laag basissalaris ontvangen, door middel van een variabele beloning toch een hoog jaarsalaris kunnen genereren. Daarnaast blijkt dat in sommige gevallen medewerkers voornamelijk worden aangestuurd op volumecriteria.

De AFM stelt dat de eisen aan beheersingsmaatregelen bij een hoge mate van variabele beloning in combinatie met commerciële prestatiecriteria zo hoog worden dat beheerste beloning praktisch onmogelijk is.

Provisieplafonds
Het beloningsbeleid in het intermediaire distributiekanaal is ook onderzocht. Het provisieplafond blijkt bij één verzekeraar bijna drie keer zo hoog te zijn dan bij een andere maatschappij, terwijl hier volgens de AFM een gelijkwaardige inspanning van de tussenpersoon tegenover staat. Daarom is de toezichthouder van oordeel dat de hoogte van de provisieplafonds te veel uit elkaar loopt. "Hierdoor ontstaat een onwenselijke prikkel voor de tussenpersoon om te kiezen voor de verzekeraar met het hoogste provisieplafond", aldus het rapport. De AFM vindt het overigens wel positief dat alle verzekeraars vooruitlopen op een mogelijk provisieverbod door het aanbieden van een provisieschuif of een netto product.

Bellen is sneller...

Onze Telefoonservice is van 09:00-21:00 uur bereikbaar op: 030 - 6 30 88 30
Heeft u liever dat wij u bellen? Laat uw nummer achter en wij bellen u zo spoedig mogelijk terug!

Delen